3. Experiment

De beleidsregel ‘Innovatie voor kleinschalige experimenten (BR/REG-19158)’ heeft als doel zorgaanbieders en zorgverzekeraars ruimte te geven om te experimenteren met innovatieve zorgprestaties met als doelstelling het verbeteren van de prijs/kwaliteitverhouding van de zorg.

 

Wanneer bij de registratie van indirecte tijd afgeweken wordt van de wet- en regelgeving van de NZa, dient een experiment bij de NZa aangevraagd worden. De nieuwe manier van registreren moet worden overeengekomen met verzekeraars. Vervolgens kan het ingediend worden bij de NZa. Ook is het verstandig dat de accountant meekijkt, zie ook: informatie van de accountant. Dat is noodzakelijk, het is namelijk een voorwaarde om een experiment te laten slagen. Het aanpassen van de wijze van registreren heeft immers vaak effect op de inkoop van zorg en controles door de zorgverzekeraars en accountants. Bijvoorbeeld als er een verschuiving is van indirecte tijd tussen verschillende patiëntengroepen, waarover apart afspraken zijn gemaakt. Ook tijdens het experiment is het van belang dat er afstemming tussen de verschillende partijen plaatsvindt om onder andere de werkwijze en resultaten te evalueren en indien nodig bij te stellen.

 

Hieronder volgt een voorbeeld voor het slimmer registreren van indirecte tijd, waarbij afgeweken wordt van wet- en regelgeving en dus een experiment noodzakelijk is. 

 

Voorbeeld: 

Behandelaars registreren alleen directe tijd. De tijd van de algemene indirecte activiteiten (act_7: Pre-intake, zorgcoördinatie, verslaglegging algemeen, activiteiten m.b.t. juridische procedures, etc.) wordt niet meer geregistreerd maar als opslag toegevoegd aan de indirecte tijd van de directe tijd-activiteiten. De opslag is een bepaald percentage, waarbij er een differentiatie plaatsvindt per DB(B)C-beroep, berekend op basis van historische data van de GGZ-aanbieder.

NB: Het MDO wordt wel geregistreerd

 

Aanvragen van een experiment

Momenteel wordt door VWS en de NZa een beleidsregel opgesteld, zodat de procedure voor ggz/fz-aanbieders om een experimentstatus te kunnen krijgen eenvoudiger is en de experimenten dus grootschalig (instellingsbreed) toegepast kunnen worden. Dit vereist wel een Aanwijzing van het Ministerie van VWS (mede namens het Ministerie van JenV).

 

Wanneer de beleidsregel geldig wordt verklaard, is er een innovatieovereenkomst beschikbaar, die de spelregels voor het slimmer registreren van indirecte tijd bevat. Die overeenkomst wordt opgesteld in overleg met GGZ Nederland, ZN/DJI en de NZa. De nieuwe beleidsregel zorgt er dus voor dat het eenvoudiger is om een experiment aan te gaan op het gebied van het anders registreren van de indirecte tijd. Het is wel noodzakelijk dat het experiment door iedere GGZ-aanbieder afgestemd wordt met de zorgverzekeraars. Het is niet werkbaar voor verzekeraars om vele experimenten te starten die van elkaar verschillen, daarom is standaardisatie nodig.

 

Tot de nieuwe beleidsregel in werking is getreden, is de procedure voor het aanvragen van een experiment als volgt: De innovatieve zorgprestatie moet door de experimenteerpartijen (in dit geval: zorgverzekeraar en GGZ/fz-aanbieder) gezamenlijk aangevraagd worden bij de NZa. Op de website van de NZa is hiervoor een format experimentovereenkomst ter beschikking gesteld.

 

Bij het aangaan van het experiment kan het instellingen helpen om de ontwikkelingen van het zorgprestatiemodel te volgen en daar het experiment op aan te laten sluiten. Daarnaast kan de keuze gemaakt worden om in eerste instantie te starten met een beperkt aantal teams in de organisatie, waar naar verwachting de grootste winst administratieve lastenverlichting te behalen is, zoals bijvoorbeeld bij FACT-teams.

De afspraken voor het experiment worden met de (representerende) verzekeraar uitgewerkt, maar uiteindelijk zullen alle verzekeraars akkoord moeten geven. Na akkoord van beide partijen kan het experiment gezamenlijk ingediend worden bij de NZa.

 

Informatielijn NZa:

Informatie- en Contactcentrum: 088 - 770 8 770 (lokaal tarief)

E-mail: info@nza.nl