5.5 Experiment registreren indirecte tijd in de forensische zorg

Vanuit de Taskforce forensische zorg is er een initiatief opgestart om het registreren van indirecte tijd eenvoudiger te maken door middel van een experiment. Dit initiatief is opgestart in het kader van de afspraken om de administratieve lasten binnen de forensische zorg te verlichten. Een afspraak die gemaakt is in de meerjarenovereenkomst forensische zorg 2018-2021. Zowel DJI als de NZa staan achter het experiment. Ook wordt er op dit moment nog een beleidsregel ontwikkeld die het makkelijker maakt om deel te nemen aan het experiment voor zowel de forensische zorg als de ggz/Zvw zorg. Deze beleidsregel komt beschikbaar vanaf 1-1-2021. Wanneer je voor die tijd met deze manier van registreren wil starten moet er een innovatieovereenkomst opgesteld en getekend worden door DJI, NZa en de deelnemende instelling. Het experiment is naast dat het de administratieve lasten verlicht, ook een goede voorbereiding op het zorgprestatiemodel. Ook in het zorgprestatiemodel hoeven behandelaren enkel nog directe tijd te registreren.

 

Bij twee instellingen (GGNet en Fivoor) is in de vorm van een pilot het experiment opgestart. Via dit experiment wordt de lastenverlichting ingezet door de indirecte tijd als opslag op de directe tijd toe te voegen, zodat registratie hiervan door behandelaren niet meer nodig is en de DB(B)C's nog wel gevuld worden. Deze manier van registreren kan tot aan de komst van het zorgprestatiemodel gehanteerd worden. 

Op basis van historische data wordt de opslag van indirecte tijd berekend. Er is bij het berekenen van de standaardopslag onderscheid gemaakt naar CONO-beroep en naar financieringsstroom. Het toevoegen van deze opslag aan de directe tijd wordt achteraf gedaan. De pilot instellingen werken beiden met USER. In USER versie 8.9 is het mogelijk deze opslag automatisch toe te voegen aan de geregistreerde directe tijd. De pilot instellingen zijn echter al eerder overgegaan op het registreren via deze nieuwe manier en hebben daarom een work-around ingericht. Hierbij wordt de indirecte tijd achteraf handmatig toegevoegd door de backoffice. Dit gebeurt voorafgaand aan de facturatie. 

 

Inmiddels is het initiatief door het bestuurlijk overleg van de Taskforce goedgekeurd en kunnen alle aanbieders van forensische zorg deelnemen aan het experiment. De ervaringen vanuit de pilot zijn verwerkt in een stappenplan, welke gebruikt kan worden voor de implementatie van het experiment. In het stappenplan is opgenomen welke afwegingen je als deelnemende instelling kan maken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan in welk deel van je organisatie je het experiment wil doorvoeren, hoe je je agenda gaat inrichten en op basis van welke periode je de opslagpercentages bepaalt. Daarnaast hebben we de volgende softwareleveranciers gesproken over hun mogelijkheden, zie hiervoor de bijlage van het stappenplan onder het kopje "forensische zorg" op deze website: Nexus, Medicore, PinkRoccade, Avinty en Nedap.

Vanuit het bestuurlijk overleg van de Taskforce forensische zorg is besloten dat zorgaanbieders 1 dag in de week projectondersteuning krijgen vanuit EIFFEL. Om zo lang mogelijk als aanbieder te kunnen profiteren van het experiment, is het mogelijk om te starten in de periode van 1 oktober 2020 tot 1 april 2021. Het is dus nog steeds mogelijk om hieraan deel te nemen! Een aantal aanbieders zijn inmiddels gestart met de voorbereidingen en zullen per 1 januari 2021 over gaan op de nieuwe manier van registreren van indirecte tijd. 

 

Meer informatie en het uitgebreide stappenplan kunt u vinden in het hoofdstuk "forensische zorg".